communicatie

Beau. Door veel met Beau op te trekken, een grote hoeveelheid hondenliteratuur door te werken en te trainen tijdens puppyworkshops en hondenschool hebben de baasjes meer inzicht gekregen in de signalen die Beau bewust of onbewust afgeeft met zijn 48 kilo wegende lijf. Een doorlopend leerproces voor de baasjes, met het uitbreiden, bijstellen en verfijnen van Beau´s informatie.

Blaffen. Zelden, enkel wanneer hij geen toegang kan krijgen tot zijn baasjes of tot een weg te jagen poes.

Braaf zitten. Ik ben braaf en verdien een beloning.

Buikgrommen. Luid spinnen, fijn dat je er bent.

Corrigeren. Luid grommend van achteren bovenop een andere reu springen en hem stevig omknellen met zijn voorpoten in reactie op diens gegrom of ander niet door Beau gewenst gedrag.

Duwen. Ik wil aandacht, of ik ben nat (en droog me af aan jouw broek).

Fixeren. Ik wil iets lekkers want daar heb ik recht op.

Gapen. Om zich heen kijken. Ik heb geen aandacht, zoek het maar uit.

Grommen tussen tanden vanuit bek. Ik ga naar je happen hoor, pas nu echt op.

Happende beweging. Kom maar hier met dat koekje, ik heb toch gedaan wat je vroeg.

Kopjes geven. Onder of tussen benen doorlopen. Ik groet je en ben blij en gelukkig.

Kop op voeten leggen. Jij hoort bij mij, zo is het goed.

Kreunen. Oef ik ben moe en ga slapen.

Kus. Met snoet bij gezicht komen. Ik raak je aan.

Luid geeuwen (met bek helemaal open, speelbuiging en omhoog krullende tenen). Ik ben helemaal ontspannen en rek me uit, maak me klaar om uit te gaan.

Nekhaar hoog (borstelen). Aan de kant, ík ben de baas.

Op achterste poten staan, springen. Ik ben uitbundig en blij (bij baasjes) of ik duw je weg, wat moet je bij mijn baas (bij vreemden).

Op rug liggen, vier poten omhoog. Heel veel aaien graag,

Oren hoog (met borstelen). Ik ben groter, zie je dat goed.

Oren hoog (vragende blik). Wat gaat er gebeuren? Wat wil je?

Piepen, janken. Ik heb pijn, heb je nodig, help me.

Poot op schoot leggen. Kom mee, ik wil iets nu.

Poten strekken, zich hoog maken. Ik ben echt groter, zie je dat wel goed! Ga opzij.

Slaapbewegingen (trillende poten en neus). Ik droom.

Slaapgeluiden (korte ademstootjes). Ik droom hevig.

Snurken (luid). Ik ben in diepe slaap.

Speelbuiging (voorpoten laag en naar voren gestrekt, kont en staart hoog). Ik groet je, actie s.v.p.

Staart snel heen en weer. Hallo! Staart hoog. Attentie!

Staart laag tussen benen. Dit is eng, ik voel me niet veilig.

Voorpoten klauwen in lucht. Ik ga vechten en wel nu!

Weglopen en achterom kijken. Kom achter me aan, ik wil spelen.

Wijzen met hele lichaam. Die richting moet ik op en jij ook

Zitten tegen benen baas. Omhels me, ik wil veilig zijn. Knuffelen graag.

Zitten tijdens wandeling. Ik ga niet mee, maar wil naar de andere kant of naar huis.

Zuchten. Pfff, eindelijk rust.

Baas. Het leren van Beau is gebaseerd op het negeren van ongewenst gedrag en het belonen van goed gedrag door de baasjes. Aangezien Beau van lekkere hapjes houdt, is deze manier van gehoorzaamheid trainen bij Beau effectief. Baasjes maken verder geen gebruik van hulpmiddelen. Beau leert door woorden goed getimed en stapsgewijs aan handelingen te koppelen. Veel herhaling, geduld, consequent gebruik van lichaamstaal en stemgebruik en goed kijken naar de signalen die hij afgeeft (begrijpt hij het, vindt hij het leuk, is hij nu moe et cetera) zijn bij het interactieve leerproces van Beau van belang. Nu Beau de basisvaardigheden van een goede huishond heeft geleerd, zijn nieuwe ´lessen´ bedoeld om hem actief te houden en om de verstandhouding baas hond voortdurend te intensiveren. Voor, na en tijdens zijn derde dagelijkse rondje doen Beau en baas circa 15 minuten oefeningen en spelletjes afgewisseld met 15 minuten straatgesnuffel.

Down. Gaan liggen.

Blijf. Niet bewegen.

Blijf sta. Op de plek blijven staan.

Blijf zit. Op de plek blijven zitten.

Braaf. Iets goed doen.

Ga maar water drinken. Water drinken uit bak.

Ga maar naar buiten (naar balkon). Buiten liggen.

Geef. Komen en loslaten in hand baas (alhoewel geen retriever van nature, lukt deze actie bij Beau al steeds vaker!).

Goed zo. Iets goed doen.

In. Ergens binnengaan.

Koekje. Kom maar je krijgt iets.

Kom voor. Frontaal op baas toegaan en zithouding aannemen.

Let op: wacht! Wachten, bijvoorbeeld voor het oversteken.

Los. Iets loslaten.

Namen: Peter, Antoinette (grote bazen),Yu (kleine ´baas´), Marleen (uitlaat), Hans en Wil (oppas).

Nee. Iets niet doen.

Niet eten. Niet van de grond eten.

Pak. Iets in de bek nemen.

Plassen. Plassen tegen een boom.

Piemel. Op de rug liggen en zich laten wassen.

Rustig. Niet trekken, of snel de trap oplopen.

Sta. Gaan staan en blijven.

Terug. Achteruit teruglopen naar de baas zodat de riem niet om een object komt vast te zitten.

Voet. Aan linkerkant van baasje komen en zithouding aannemen.

Volg. Aan linkerkant van baasje meelopen.

Zit. Gaan zitten.

Zoek. Lekkers of een persoon vinden.

 

Login