
In memoriam
> week 40 2011 - Beau, een Berner van formaat
Zondagochtend 30 maart 2003 rijdt er een kleine Berner pup met ons mee vanuit Limburg naar ons huis in Amsterdam. Vers van de fokker, acht weken oud. Onrustig zoekt hij bescherming op mijn schoot. Plassen onderweg durft hij niet en zijn eerste gele vlag zwaait hij uit onder de eettafel in onze keuken. Deze dag is het begin van ons fantastische avontuur met Beau de Berner. De eerste weken en jaren zijn intensief. De jonge Beau is een koppig ventje, die zich als het moet zelfs uit de bench weet te wringen. Hij houdt van vrijheid, hij houdt van ruimte. Langzaam vormen wij door samen te trainen, te wandelen en veel naar elkaar te kijken een heel hecht team. Niet van het strakke commando, is Beau wel heel attent, let op waar we zijn, weet ons te volgen en groeit uit tot een evenwaardige grote vriend.
Alhoewel flink uit zijn kluiten gewassen, blijkt Beau vooral ook veel zorg nodig te hebben. Ontelbare malen, bij nacht en ontij bezoeken we een serie verschillende dierenartsen. Met een zware longontsteking met 12 weken oud tot en met verschrikkelijke huidproblemen vanaf zijn zesde jaar, Beau heeft werkelijk veel makkes gehad. Maar natuurlijk was het niet alleen kommer en kwel. Wij zijn samen goed voor 12.600 wandelingen in het bos, aan het strand, rond de volkstuin, tot in Saint Tropez aan toe. En dan zijn dagelijkse malle fratsen, zoals zich onder de gordijnen rollen, je verpletteren met zijn gewicht in de auto, stampen met zijn poot op de vloer als meneer naar buiten wil, weglopen als ik hem probeer te corrigeren, zich luid neer laten ploffen in zijn rondjes om de salontafel, keihard snurken door de nacht en werkelijk staan stuiterballen op zijn enorme poten als je thuiskomt terwijl hij je opneemt in zijn wervelende begroeting.

Vrijdagochtend 14 oktober 2011 rijdt onze senior Berner met ons mee vanuit Wageningen vanaf de dierenarts. Hondsberoerd ligt hij op mijn schoot. Zou hij thuis nog wel halen? Ja, hij haalt zelfs nog een hele dag. Als toegift mogen wij met zijn drieën nog buiten van de zon genieten en doet hij daar zijn laatste plas, stoer met opgeheven poot. In de avond gaat Beau ons voor, zoals hij altijd doet.
Ik hoef aan u als dierenvriend niet te zeggen, dat het verschrikkelijk pijn doet je trouwe viervoeter te verliezen. Het is stil in huis, geen trouwe hondenogen die je volgen, de waterbak die je niet meer hoeft te vullen. Wat overblijft is een doos met herinneringen, foto's en filmpjes. Het is mijn intentie om die te verwerken tot een bescheiden publicatie, opgedragen aan alle dieren die het niet zo treffen als onze voor eeuwig in ons hart gesloten Beau, aan wie wij een gelukkig leven hebben kunnen geven.
Meine Ruh’ ist hin,
Mein Herz ist schwer;
Ich finde sie nimmer
Und nimmermehr.
Wo ich ihn nicht hab’,
Ist mir das Grab,
Die ganze Welt
Ist mir vergällt.
Mein armer Kopf
Ist mir verrückt,
Mein armer Sinn
Ist mir zerstückt.
Meine Ruh’ ist hin,
Mein Herz ist schwer;
Ich finde sie nimmer
Und nimmermehr.
Nach ihm nur schau’ ich
Zum Fenster hinaus,
Nach ihm nur geh’ ich
Aus dem Haus.
Sein hoher Gang,
Sein’ edle Gestalt,
Seines Mundes Lächeln,
Seiner Augen Gewalt,
Und seiner Rede
Zauberfluss,
Sein Händedruck,
Und ach, sein Kuss!
Meine Ruh ist hin,
Mein Herz ist schwer;
Ich finde sie nimmer
Und nimmermehr.
Mein Busen drängt
Sich nach ihm hin.
Ach dürft’ ich fassen
Und halten ihn,
Und küssen ihn,
So wie ich wollt’,
An seinen Küssen
Vergehen sollt’!
(Goethe)

Archief (selectie)
> Week 39 2011 - Hondsberoerd
Vanochtend krijgt Beau zijn pillen, op een schoteltje met kaas en banaan. Hij ziet me aankomen, snuffelt aan de kaas. Normaal vindt hij kaas lekker, maar de laatste tijd is hij niet meer zo happig. Voor je het weet zit er namelijk een pil in, zo’n bittere die je van kilometers ver kan ruiken. Die moet hij niet. Die worden achter in je keel gelegd, moet je weer naar voren duwen, vermalen met je kiezen en verpulvert weer uitspugen. Zo. Die van vandaag is echter niet zo groot en sterk ruikend en die verstopt ze in een stukje kaas of in zo’n broodje besprenkelt met druppels. Ze paait me, houdt mijn bek hoog, stopt het broodje tussen mijn tanden, aait zachtjes onder mijn kin. Oké vooruit dan maar, ze doet zo haar best.
Beau is al een tijd vreselijk slecht. Het manken is overgeslagen naar zijn hele bewegingsapparaat. Hij staat niet meer zelf op. Gedeprimeerd en dof kijkt hij uit zijn anders zo vriendelijke zachte hondenogen. Hij groet ons niet langer. Pijn, dat is wat hij heeft. In zijn blog Do Dogs Feel Pain the Same Way that Humans Do? op http://www.psychologytoday.com/blog/canine-corner/201109/do-dogs-feel-pain-the-same-way-humans-do betoogt hondenpsycholoog Stanley Coren dat honden net als mensen wel degelijk pijn voelen. Zij lopen er echter niet mee te koop, omdat zij hun instinct zegt dat zwak gelijk staat aan prooi zijn. Verder argumenteert hij dat pijnbestrijding bij honden belangrijk is om weer gezond te kunnen worden in het geval van ziekte
"... especially if it (pain) is a stressor, and in response to stress the body begins to release a set of stress-related hormones. They affect virtually every system in the body, altering the rate of metabolism, causing neurological responses, causing the heart … and the immune system to go into a high state of activity. If this situation continues long enough these organs may actually become dysfunctional. In addition the tension that the state of pain related stress induces can decrease the animal’s appetite, cause muscle fatigue and tissue breakdown… In the end the dog is exhausted as well as distressed, and this reduces the body’s ability to heal."
Hoe treffend voor de toestand van Beau. De hele week hebben we hem gesjord en gedragen, vijftig kilo hond. Onze armen als een takel om zijn rug geslagen, hijsen we hem steeds omhoog. Bij het kleine trappetje in de hal krijgt hij zijn achterpoten amper achter zich aangesleept. De ene baas loopt voor, de andere ondersteunt en scharniert de poten achter.
In de afgelopen acht jaar, hebben we Beau ontelbare malen moeten helpen. Met twaalf weken maakten we de eerste crisis mee, puppy Beau had longontsteking. “Of hij het zou halen?” Dat kon de spoedkliniek niet garanderen. Na een lange bange nacht, kwamen we hem opzoeken. Kleine Beau lag aan het infuus, maar kwispelde zachtjes toen hij ons zag en dat stelde ons gerust. In de jaren daarna kwamen we samen een reeks van ongelukken en klachten door. Van loodvergiftiging, hondenbeet en bulten tot een eng gezwel in de hals, ontstekingen op vele plekken, manken en extreme huid- en vachtklachten. Zelfs nu twee jaar na dato blijven Beau’s buik en billen kaal.
En nu dan zijn poten en rug. Na medicatie, een ingreep en een sessie acupunctuur leek zijn toestand verbeterd, om daarna weer te verslechteren. “Beau heeft een meningitis in optima forma ontwikkeld,” zo luidt het oordeel. Normaal alleen bij jonge Berners te zien volgens arts Steven. Hoe kan dat toch weer? Met homeopathische middelen én een dikke kuur van zes weken prednisone gaan we zorgelijk naar huis. Wat een ingreep toch weer om Beau op te lappen. Spanning. Wachten. Slaan de medicijnen aan? Na een diepe slaap, wordt Berner boy ’s nachts weer wakker. Hij ziet ons kijken en net als destijds kwispelt hij zachtjes met zijn staart over de vloer. Pffff, deze dag is hij in ieder geval weer doorgekomen en de komende weken zal zijn neus het druk hebben om steeds zijn hapjes te onderzoeken, met argwaan.
> Week 38 2011 - Beau en Bauschan of auto-immune artritis
Gelukkig voor Beau leven we in 2011 en niet in 1919. Toen was de dierenartsenij heel wat primitiever zo laat zich lezen in het virtuoos geschreven boek Baas en Hond (1919) van Thomas Mann. Daarin beschreef de auteur hoe zijn hond Bauschan naar de universiteitskliniek moest om zijn “occulte bloedingen”. De hond lag ter observatie achter tralies met een aardewerken kom met water. Wat er precies aan de hand was? "Neen, men wist het nog niet precies. Maar de hond was er immers voor observatie en hij werd geobserveerd. En de bloedingen waren er nog steeds? Ja soms herhaalden ze zich nog. En dan werden ze geobserveerd? Ja, precies." Na acht dagen kon Mann terugkomen voor zijn hond en met twee weken observatie, zou men zeker meer kunnen zeggen over de hond en zijn genezing van de occulte bloedingen. Hond Bauschan begroette Mann amper: "Verachting en bittere hopeloosheid schenen bezit van hem genomen te hebben. ‘Omdat je in staat was,’ leek zijn houding uit te drukken, ‘mij in deze kooi te stoppen, verwacht ik niets meer van je.’ Nadat Mann zijn hond weer thuisbracht, bleef Bauschan nog dagenlang neerslachtig om uiteindelijk toch weer ‘trouwhartig-grappig’ op het ochtendfluitje van zijn baas aan te komen stormen met de voorpoten op dienst borst.
Nou dat kan Beau al een hele tijd niet meer. We krijgen zijn mankheidsprobleem maar niet onder controle. Voorheen bood een slim loopbeleid van ‘kort en vaak’ onze 50 kilo wegende hond de oplossing. Maar nu wil het beter worden niet lukken, kuurtjes van previcox en antibiotica ten spijt. Toen Beau ook niet eens meer zelf kon opstaan, werd een bliksembezoek aan de dierenarts onvermijdelijk. Beide ellebogen werden geschoren en na een roesje werd vocht afgetapt en moderin (een corticosteroïde) ingespoten. Het maken van foto’s kreeg Beau als toetje na geserveerd. Heftige behandeling en dito rekening! Maar de volgende dag liep ’t mannetje opgelucht weer door de straten en in het weekend werd hij tot zijn vreugde getrakteerd op zijn oude vertrouwde boswandeling.
Wat had of liever gezegd heeft hij dan toch onder de poten? Het lab vond geen enge bacteriën in het vocht. De foto’s tonen geen artrose aan. “Vreemd toch weer die Beau”, zegt de arts. Voorlopig vonnis: auto-immune artritis. Beau’s systeem valt lichaamseigen cellen aan met ontstekingen tot gevolg. “Tot over twee weken” zegt arts Steven afgelopen dinsdag aan de telefoon. Dan komen we weer langs, want het manken blijkt niet na één behandeling over. In de tussentijd krijgt Beau medicijnen én volgen we ook voor deze aandoening een receptuur van homeopathie en supplementen. Die maken voor Beau een wereld van verschil uit, zo is de afgelopen twee jaar al bij zijn huidallergie gebleken. Over occult gesproken.
n.b.: (1) Volgens bronnen via Wikipedia is Bauschan overigens slechts vier jaar geworden. (2) In NRC handelsblad schreef Annelies Verbeke in haar column van 17.08.11 over Thomas Manns novelle Wandelen met Ome Thomas en zijn onzuivere patrijshond.
p.s.: Omdat het nog niet beter gaat en hij niet meteen weer de heftige behandeling mag, gaan we vandaag met Beau naar de accupuncturist. Je moet toch wat?
> Week 37 2011 - Hondenadem
Van de week gaapte Beau al zijn tanden bloot terwijl hij in de ijzeren kooi van zijn hondenlift naar boven zoefde. Zijn passerende kop op mijn ooghoogte overviel zijn hondenadem me plotseling. Niet onaangenaam hoor. Integendeel. Ik inhaleerde zijn geur diep in om nog eens extra goed te ruiken. Een mengeling van zoet sterke lucht komt mijn kant op. Oh ja echt Beau. Tenminste, ik ga er vanuit dat elke hond zijn eigen specifieke lucht draagt?
Al googelend kom ik vooral forums tegen met vragen van hondeneigenaren, die ten strijde willen trekken tegen hondenluchtjes. Adviseert het ene baasje een verdunning van Zwitsal haarlotion, een ander kiest hondenparfum en weer anderen zweren bij azijn. Ik maak me geen illusies, ook ons huis en onze auto zijn doordrenkt van Beau zijn hele wezen. We ruiken het niet echt meer. Zoals onze allereerste dierenarts ooit voorspeld heeft: “je gaat eraan wennen, heerlijk die puppylucht!” Een Amerikaanse site legt uit waarom puppy’s zo lekker ruiken: mild puppyvoer en moedermelk. En dat verlegt het fenomeen geur naar dat van eten.
“Je bent wat je eet” gaat vast ook op voor honden. Laatst was een van mijn tafelheren een jonge boxer. In het chique restaurant mocht hij mee aan tafel. Een lief beest, dat spontaan om mijn schoot sprong, en wat rook hij sterk! Zo zout en indringend scherp. Bij navraag bleek dat hij louter brokken at van een bepaald aanbevolen merk. En alhoewel op verschillende sites staat dat zoete hondengeur kan duiden op diabetes, ligt dat bij Beau denk ik anders. Zowel van voor als van achter ventileert Beau uitsluitend zoet geurende melanges. Al enkele jaren kook ik namelijk elke dag vers eten voor deze allergische jongen. Stoofpotjes van aardappel, andijvie, banaan, gehakt, havermout, kaas, kip, paksoi, pannenkoek, pompoen, rijst, sperziebonen, venkel en wortel. Het moet gezegd, ondersteund door zijn gepoetste tanden is Beau’s adem navenant zacht. Eenmaal uit zijn lift, stapt hij naar buiten om te paraderen op zijn Amsterdamse kade. Daar kwispelt en hijgt hij iedereen hartelijk tegemoet.
> Week 36 2011 - Aanwezig
Noa, houd je van lezen?” “Eh, ja ik eh, heb net een boek uit.” “Waar ging het dan over?” Ggggeggegge hijgt Beau ondertussen met zijn kop onder de arm van het meisje. Ze moet giechelen. Het vriendinnetje van dochterlief is op bezoek en we eten samen een broodje aan tafel. “Eh ja eh, het boek heet eh…” Fffffffwiet fffffwuut, met zijn grote zwiepstaart slaat hij tegen haar arm. “Lenalijstje, zo heet het, en het gaat over …” Keboem! Beau is inmiddels afgetaaid en laat zich met een luide bons vallen op de stenen vloer aan de voet van de trap. “Eh, Lena maakt lijstjes en eh…” Slirrrp, ptttllaap, slimewzzzmwah luid smakkend gaat Beau met zijn tong ieder hoekje van zijn grote bek af. “En ze heeft een moeder die gescheiden is … en eh.” Ghaaaahgpffrr, Gehaaafffrrrr gaapt Beau al zijn tanden en kiezen zichtbaar. Hij draait zich lekker op zijn zij en ja hoor kort daarna vult hij met enorm sonore snurkgeluid ZZZZzzzzzztttt, Bzzzzuttzzzzzzzzz de kamer. Beau heeft geen boodschap aan verhaal over Lena. De meisjes houden het niet meer en gieren het uit. Tja, een Berner is een echte boerenjongen.
Vanochtend reed ik het bakbeest in de bakfiets naar een veldje. 6.15 uur, nog dampig donker. Twee fietslichtjes flikkeren aan weerszijden van zijn bak. Het is bijna een magisch en romantisch moment. Beau en ik samen langs de kade en de ganzen in een nog stille stad.
> Week 34/35 2011 - Beau en Buck
Wat een schitterend romantiserend hondenboek blijkt Jack London’s The Call of the Wild [uitgave met introductie E.L. Doctorow, juli 2009] te zijn. Met als held de grote Buck, een kruising tussen een Sint Bernhard en een herdershond. In het begin van zijn leven een heerlijk leven als huishond genietend in de zuidelijke staten van Amerika, wordt hij tijdens de gold rush (eind 19e eeuw) gestolen en doorverkocht aan goudzoekers in het koude Noorden. Een leven vol wreedheid (de wet van knuppel en tanden) door mens en andere sledehonden wordt zijn lot. Buck leert wonderwel overleven en schopt het tot roedelleider. Later in het verhaal wordt de hond gered door een personage met ruwe bolster en blanke pit, om als baas de dood vindt door Indianen, uiteindelijk als vrije hond de wildernis in te trekken. Groot en sterk, vol van overlevingsdrang verwerft hij zich een plek in een roedel wolven:
"When the long winter nights come on … he may be seen running at the head of the pack … leaping gigantic above his fellows, his great throat a-bellow, as he sings a song … of the pack.”
Ademloos leest baasje het verhaal en kijkt dan naar Berner Beau, huishond tot in zijn enorme tenen. Hij in de wildernis? In een Hollands gecultiveerd bos misschien. Toch zijn er beschrijvingen van Buck waarin Beau zich kan spiegelen:
“Buck knew no greater joy than [his human’s] rough embrace … it seemed that his heart would be shaken out of his body so great was its ecstasy … he sprang to his feet, his mouth laughing, his eyes eloquent, his throat vibrant with unuttered sound…”
En dan de slimheid en het inzicht om in te spelen op vragen en situaties om er zelf beter van te worden. Zo rolt Buck zich met zijn pijnlijke zwaaiende poten op de rug en gaat niet verder totdat iemand er leren sloffen omdoet. Ook hebben Beau en Buck een eigen agenda met niet blind volgen maar samenwerken als devies. De jarenlange trainingen met Beau zijn achteraf bezien meer lessen geweest in elkaar lezen en op elkaar inspelen dan in het commanderen van Beau. Hij is een meesterstoicijn en kan heel goed doen alsof hij je niet hoort. De mooiste momenten van baas en hond beleven we in de flow van het samen doen. Wandelen in stilte. Hij loopt vooruit, stopt daar waar paden kruisen, richt kop hoog en zoekt je blik. Waar gaan we naar toe samen?
Maar deze week was het weer geen ‘wildernis’, maar opnieuw een gang naar de dierenarts. Een waslijst van klachten. Beau komt in de behandelkamer en wil er meteen weer uit. Kop en lijf richting deur, neus bijna op de klink. De vorige keer werd hij er plaatselijk verdoofd en werd met grote incisies een nare bult verwijderd. Schoorpotend laat hij zich tenslotte toch op de behandeltafel leiden. Niet van harte. Hij balanceert met zijn bips op het randje, zodat baas hem moet tegenduwen opdat hij er niet afkukelt. Vermoedelijk een splinter in zijn ontstoken linker voorpoot, huidontstekingen op de onderbuik, een oorontsteking in zijn linkeroor en een vochtbobbel in de oksel van zijn rechtervoorpoot, wordt Beau voorlopig geen Buck. Even uitstellen nog maar.
> week 32/33 2011 – Rituelen
Alhoewel zijn poot nog steeds niet 100% is, maakt Beau mij er elke ochtend mee wakker. Liggend op de grond, kop hoog geheven en indringende ogen, gebruikt hij zijn naar voren uitgestrekt poot als een drumstok. Plok plok. Waarom doet hij dat toch zo? Ik denk dat ik dat nu eindelijk, na acht jaar, snap. Beau blaft niet en moet toch geluid produceren om de aandacht van zijn bazen op zich te vestigen. Ooit met succes uitgeprobeerd: Eureka, dus dít is de manier om mijn twee slapers te wekken! Effectief handelen dat is Beau ten poten uit. Zijn bananendans is er een ander voorbeeld van. Beau loopt naar de fruitschaal. Wijst met neus de bananen aan en kijkt vervolgens om naar ons. Dit procedé herhaalt hij vervolgens net zolang totdat baasjes komen en de banaan voor hem pellen. Bingo, 2:0 is de ochtendscore voor Beau. En dan zijn ‘hard to get’ spel als het baasje hem ’s avonds roept voor een laatste plas. Een oog opent op een kiertje, minuten verstrijken en meneer komt pas echt als er een heel erg lekker hapje in zijn lift ploinkt.
Maar eerlijk is eerlijk, Beau gaat ook mee in acties, die wij inzetten. Zo houd ik iedere dag een washand onder de warmwater kraan, bedruppel het met antiseptische shampoo en loop op Beau toe. Hij ziet mij komen en gaat op zijn rug liggen, de vier poten omhoog om zich te laten wassen. Er komt geen woord (meer) bij te pas.
Daarnaast kent Beau natuurlijk ook typisch ‘hondse’ gedragingen, zoals de salontafel omcirkelen op zoek naar een fijn slaapplekje op de vloer. Verwoed graven in de tuin met twee poten tegelijk (een lawine van aarde vliegt je om de oren) en dan in de koele kuil liggen met een kleine talud voor zijn kop. Goed beschouwd zijn al zijn handelingen gegoten in rituelen.
Op zoek naar hoe andere honden en baasjes dat doen, stuit ik op een aantal aardige verhalen op het internet. Zoals “Does Your Dog Have Daily Rituals?” [http://doggiesyas.com/dog-bonding/does-your-dog-have-daily-rituals/] over de ochtendgroet van Callie de Golden Retriever, die steevast uitmondt in een ‘full-body massage’. Of het ritueel van twee andere labradors rond de kaassnacks en het slapengaan. De baasjes halen en eten nu heimelijk de kaas uit de koelkast voor de ene hond en de andere hond doet alsof zij heéél diep slaapt als ze ’s avonds van bed moet verkassen naar de kennel [http://forum.dog.com/members/doji/blog/archive/2009/10/29/dogs-and-rituals.aspx]. En dan de hond van StarlaJane die altijd op de proppen komt en naar haar snoepdoos loopt zodra baasje de koffie van de plank haalt en in haar kopje lepelt [http://city-data.com/forum/dogs/1318351-your-dogs-eccentric-rituals.html].
Wat zijn ze toch gezellig opportunistisch die honden van ons. In een van mijn hondenboeken (Marc Bekoff) las ik ooit dat honden ons nog veel beter kennen en observeren dan wij hen. Zo waar. We kunnen nog veel van hen leren. Overigens maakt maatje Beau me niet zozeer wakker om te eten of uit te gaan. Nee, prioriteit nummer een is toch echt eerst een stevige aaipartij. Zodra ik met mijn slaperige bijziende ogen in die van hem loer, draait hij zich lomp en met luide bons op zijn rug in het nisje naast mijn ingebouwde bed. Hij past er precies in, 50 kilo hond, 1,25 strekkende meter lang.
> week 31 2011 - Fotogeniek
Honden en kunst gaan zelden samen. T’is of wandelen in de natuur of hondloos slenteren in het museum. Behalve die ene keer. Om precies te zijn op 15 mei 2005. Op de Amsterdamse KunstRai boekten we de toen jonge Beau van twee jaar voor een PhotoShoot van beeldend kunstenaar Maarten Wetsema [http://www.maartenwetsema.nl/]. Wetsema bouwde een aardig oeuvre op van fotowerken, waarin zijn honden figureren. Vlak voor de entree had hij zijn studio opstelling opgebouwd.
Grote Beau moest op een stoel met vacht poseren. Met de hete lampen op hem gericht, viel dat al niet mee. Dat Beau niet op stoelen zit, was hindernis twee. Na maanden van puppytraining was hem dat goed afgeleerd. De arme hond raakte er danig van in de war. Toen, eenmaal over de stoel gedrapeerd, wilde hij zijn bek niet sluiten. Nat en kwijl drupten aan weerszijden van zijn bek op de mat. “Nog even Beau!” zo moedigden we hem aan, toe maar Beau!” De baasjes droomden natuurlijk van een glamourplaatje van hondlief. De bezoekers om ons heen, keken mee. “Oh wat een mooie, of jé wat een grote!” ‘Hé Antoinette is dat jouw hond??” Na een half uur was onze tijd op en had Beau het ook helemaal gezien. Loslopend op de set, zag hij opeens twee lieve teven langskomen en weg was hij achter de muziek aan. Dwars door stands met kunst en keramiek.
Een tijdje later stuurde de galeriehouder het door de kunstenaar geselecteerde portret van Beau op. Met de rekening. Hmmwaah, niet helemaal gelukt, vonden wij. Aardig gestileerd dat wel, maar de foto die we zelf van de scene maakten, heeft een groter Beaugehalte. Zegt u nou zelf ?
P.S. Een mooi fotoboek van honden wereldwijd, is Honderdenhonden van Elliott Erwitt (Thoth, 1998). Mooie sfeerbeelden en bijzondere momenten zoals de ‘bevroren’ scene van de springende Dalmatiër in de winterlucht van Zurich 1991. Een Berner is er echter niet in te vinden.
> week 50 2010 - Winter
Ploegend tot aan zijn ellebogen in de sneeuw. Zijn zwarte vacht overdekt met witte vlokken. Het lijkt wel Zwitserland voor Beau. Dit is zijn jaargetijde. Mijt vrij en fris voor huid en haar, leeft hij op in de winter. Zijn geurenonderzoek valt nu ook voor mensenogen waar te nemen. Geel gerande sporen en pootafdrukken verraden de activiteiten van Beau's voorgangers in het bos. Stadshond als hij is, waant hij zich nu in de bergen van het Amsterdamse Bos. De voorpoten behangen met klonten ijs, hongerig als een leeuw gaat hij voldaan naar huis.
> week 47 2010 – Wappie
Beau heeft geen geluk. Zij, de grote Wappie, is er niet meer. Vorige week kwam zijn kleine baas op Beau afgestormd "ze is er niet meer Beau" en hij omknelde hem heftig. Beau krimpt wat ineen en kijkt mij met grote ogen aan, de oren strak langs de kop: honden vinden menselijke omhelzingen ongemakkelijk. Hij liet zich gelaten vasthouden en ik hoorde ondertussen van Wappie's dood. Kanker deed deze toch al niet zo fitte Sint Bernhard teef, ooit gered uit Thailand, de das om. Vandaag wandelen Beau en ik weer langs haar huis. Hij kijkt en snuffelt als altijd aan haar heg en stoep. Ik trek hem snel voorbij het portiek, waar haar geur geleidelijk aan zal verdampen.
> week 44 2010 - Teefjes
Vanochtend werd Beau onthaald en werd hij om zijn bek gelikt door Wasabi. Een van zijn vriendinnen uit de buurt. Hij heeft vijf aanbidsters in zijn buurt. Van klein, een dwergteckel, tot groot, een Sint Bernhard. Zijn nieuwste aanwinst, nog een echte puppy, woont recht onder ons. Pietje de dwergteckel meet ongeveer een Beau-poot lang. Als ze aan komt huppelen, gaat Beau liggen op zijn buik en Pietje op haar rug. Beau besnuffelt haar rustig en Pietje kwispelt al rollend en dollend met haar staart. Een straatje verderop woont Lieve, een jonge Rottweiler teef. Soms zit ze binnen statig achter de winkelruit van haar huis en zit Beau haar buiten zacht piepend te bewonderen. Ontmoeten ze elkaar dan beruikt Beau haar overal waar maar kan en Lieve springt spelend op hem. Maar dat vindt meneer wat minder en dan neemt hij afstand. Weer verderop is Luke. Een enorm energieke Border Collie. Ze ruikt Beau van verre, want meestal verschijnt ze hijgend van het draven opeens uit het niets. Likt hem, ligt voor hem en dartelt om hem heen, zó snel dat hij haar coördinaten niet kan bijhouden. Beau is nu wel aan haar gewend, maar toen zij ooit samen in dezelfde uitlaatgroep zaten, wilde hij per se niet bij haar in het compartiment van de auto zitten. Dan sprong hij er weer uit, zijn poten schrap zettend: Nee, niet bij haar! In de straat daarna komt Wasabi, een middelgrote teef gered uit Hong Kong. "Zo enthousiast is ze met geen enkele hond," zegt zijn bazin. Ooit was ze bij ons op bezoek en ik kan nog goed het moment terughalen dat Beau verwachtingsvol naar boven keek, toen Wasabi in onze hondenlift de kamer in kwam zakken. Tenslotte is er nog zijn grootste liefde, letterlijk en figuurlijk. Wappie, de Sint Bernhard die uit Thailand is gered. Haar heupen niet helemaal goed, haar gezondheid niet sterk. Maar als het weer het toelaat en zij zit buiten voor haar huis, dan blaft ze met haar diepe blaf Beau tegemoet. Zit ze er niet, dan kijkt hij in het voorbijgaan steevast haar kant uit, kop gedraaid, turend en ruikend. Is ze er?
> week 16 2010 – Allergie
Beau ligt onder mijn bureau te wachten tot we uitgaan. Buiten kriebelt de lente, maar dat is niet alleen plezierig. Want uit testen bleek vorig jaar dat Beau zeer allergisch is voor omgevingsmijten: van hooi-, tot gras- en stofmijten. Hij had het werkelijk zwaar te pakken. Geplaagd door vreselijke jeuk, zag hij eruit om te huilen met zijn hotspots en uitvallende vacht. Buik, hals en rug waren nagenoeg kaal. En in dit jaargetij speelt zijn allergie weer op, getuige de rode en ontstekende bulten op de onderbuik, afbladderende huid op rechterschouderpartij, droge neus en slijmogen.
In onze radeloze zoektocht om hulp kwamen we vorig jaar terecht bij artsenpraktijk Kortenoord in Wageningen, met Bernerkenner Steven Schukking. Daar waren we afgelopen maandag weer. Onder het motto: weerstand en huid versterken, hebben we ons opnieuw gewapend met Doils visolie, biotine en verschillende homeopathische middelen. Vorig jaar verrichtte deze behandeling wonderen. Binnen een paar weken tijd heelde de huid van Beau en groeide de vacht fenomenaal terug. Nog niet eerder zag hij er zo glorieus uit. Met zijn haast overdreven lange en glanzende haar en volle vacht is hij haast een Newfoundlander look alike. Regelmatig worden wij dan ook bevraagd met "Is hij een échte Berner?"
> week 15 2010 - Kroos
Aan het eind van de dag komt baas thuis om daar een natte en stinkende Beau aan te treffen. Poten met zand en distels verward in het natte lange haar, aarde en bladeren tot in de bips. Ja vertelt de andere baas "alhoewel we ver van het water liepen, is hij er toch ingesprongen." Het Amsterdamse Bos is Beau's pleisterplek vanaf dat hij puppy is. Hij weet in de verre verte zijn favoriete waadplaats, kruist solo het metersbrede heuvelveld over, baas roept nog met zijn longen uit het lijf "BEAUUUUUU". Die draait zich halverwege om, staat een seconde stil, kijkt naar baas, en draaft vervolgens door naar de waterplas. Loopt erin tot aan zijn oren en geniet van het koele, krozige water. Dat sloten slecht zijn voor zijn allergische huid, baas uren moet kammen in een modderig huis, zijn niet Beau zijn zorgen. Hij snurkt de avond tegemoet, nagenietend van zijn heerlijke middag.
> week 8 2010 - Hyperseksualiteit
Origanum Majorana is de nieuwste aanwinst in de serie homeopathische middelen voor Beau. Het moet zijn hyperseksualiteit temperen. Al weken loopt hij opgewonden door velden en straten, wil eten noch luisteren. Uit wanhoop bakt baasje nu pannenkoeken om Beau toch tot eten te verleiden. Vlees en rijst erin gerold, of in het beslag meegebakken. Het moet niet gekker worden. Maar een kentering is zichtbaar sinds afgelopen week. Beau lijkt rustiger geworden. Hij reageert op het recent en consequent ingebrachte 'Bij mij!' door met interval strak aan de riem naast me te lopen en zich niet weg te trekken. Neemt zijn blokje kaas weer aan. Zo te zien redt hij zich uit zijn crises zonder al te drastische maatregelen van implantaat of castraat. Nu heeft hij zich fijn langs de bank gevlijd op de koele vloer, om over een uurtje weer een lekkere pannenkoek te verorberen. Dat heeft hij toch maar weer mooi voor elkaar.
> week 5 2010 - Wetenschap
In 'De Kleine Wetenschap' (bijlage NRC) van afgelopen weekend staan twee hondennieuwtjes: 'Koude blote poten'? en 'Grrrrrrr'. In het eerste artikeltje vraagt een zevenjarige jongen zich af hoe honden met hun blote poten in de sneeuw kunnen lopen. Dat heb ik me nooit afgevraagd. Echter afgelopen weken heb ik het resultaat wel kunnen zien: een zwaar mankende Beau was het geval. "Wat heeft hij nu weer" zuchten de bazen: artrose, gescheurde pees, gebroken sesambotje ... Uiteindelijk komen we erachter: een van de kussentjes onder zijn linker poot is roze en een beetje ontstoken. Het lopen en graven van sneeuw, wellicht ook nog pekel, zijn er waarschijnlijk de oorzaak van. Dus met blote poten lopen levert inderdaad kwetsuren op. En dan het andere artikel over grommen van honden. Het grommen van Beau komt van diep onderaards uit de buik, de riem trilt net als de hand van baas. Als grote hond zou hij volgens het artikel extra goed letten op het geluid van grommen als hij de hond niet ziet. En als blijkt dat de grommer eveneens groot van postuur is, zou hij moeten kwispelen. Waarschijnlijk het principe van 'baas boven baas'. Dat laatste hebben we met Beau nog niet meegemaakt. Maar dat komt vast omdat hij verreweg de grootste reu is van het blok.
> week 47 2009 - Teddybeer
Geplaagd door opkomende huidallergie en een mankende rechtervoorpoot, ligt Beau te rusten. Verkeerd uit de auto gesprongen en zijn oude pootkwaal speelt weer op. Even met beleid wandelen dan maar: kort lopen en buiten aan de kade nazitten. Kan Beau naar de voorbijgangers kijken en de voorbijgangers naar Beau. "Ha ha ha, wat een beer!" "Oh wat is t' ie groot!" "Daar is hij weer, je bent een boef he!" "Hé ouwe dibbes!" "Mag ik hem aaien?" "Wat een mooie hond, mevrouw." "Da's pas een echte hond!" "Wow, is ie biggie!" "Nou, die zal wel wat eten!" "Mam, daar zit een leeuw!" "Wat een plaatje!" "Bellisimo" "Een prachthond". "Hé zit je weer lekker buiten?" Beau is inmiddels een bekende figuur in het straatbeeld. Oud en jong, deftig en eenvoudig, nors en vrolijk, man of vrouw: passanten spreken en halen Beau vaak aan. Zo'n grote levende teddybeer speelt kennelijk in op hun gevoel: mensen staan een moment stil, aaien en knuffelen en lopen glimlachend door. Is de ene net vertrokken, dan mag voor Beau de volgende patiënt wel weer langskomen. Als de statistieken over het betere welzijn van mensen met huisdieren kloppen, dan zitten Beau's baasjes helemaal goed.
> week 43 2009 - Praten"
Most of us talk to our dogs like a thesaurus, substituting this word and that for the same command ... If, on the other hand, you notice that you are clear and consistent, then more power to you." Dit advies van hondengedragsspecialist Patricia McConnell in haar boek The Other End of the Leash (2002) was een
eye opener voor mij. Inderdaad alleen al om Beau te prijzen, gebruikte ik 'goed' 'knap' 'mooi' 'lief' en nog veel meer synoniemen. Hoe onduidelijk kun je zijn voor een niet-talige hond? En dit zijn dan nog alleen de woorden, nog niet eens de lichaamshoudingen die ik in wisselende situaties ook steeds evenzo wisselend aannam. Om beter met Beau te 'praten' ben ik gaan letten op consistent gebruik van (lichaams)taal én intonatie. Zo zak ik door mijn knieën bij een vrolijk 'Beau, kom voor', en wordt mijn stem donker bij 'nee, niet plassen'. Onze mens-hond en hond-mens communicatie is door de jaren heen met sprongen vooruit gegaan. Want niet alleen Beau heeft 'mijn taal' onder de knie gekregen, ik ook 'de zijne': als Beau op de hoek van de straat gaat zitten, dan weet ik hoe laat het is: 'nee baas, ik wil echt de andere kant op!'
(eerste blogtekst over Beau)
> week 37 2009 - Hernia
Beau ligt heerlijk ontspannen zijn ochtend dut te doen. Met een dagelijkse pijnstiller sinds zondag 30 augustus lijkt zijn hernia voorlopig bedwongen. Hernia had hij niet eerder gehad (zoveel andere dingen al wel!) en wij wisten eerst niet wat hem overkwam: overgeven, als een kangoeroe piepend en hoppend door de nacht. Het enige wat hem opluchting bood was buiten lopen. Onze nieuwe arts en Bernerkenner in Wageningen diagnosticeerde de volgende dag: hernia in de onderrug met uitstralingspijn naar de achterpoot en heupen. Voorlopig met pijnstillers werken tot de homeopathische herniadruppels aanslaan, en niet te lang laten lopen, geen onverhoedse bewegingen of springen ... En dat voor Beau die het presteert om stuiterend op vier poten omhoog te komen. Weer een nieuwe uitdaging. En, weer nieuwe druppels voor zijn inmiddels groeiende collectie van supplementen en andere hulpmiddelen: nu negen in totaal. Zijn kwalen variëren van voedselintolerantie en artrose tot mijtallergieën en nu dus hernia. Afijn, Beau is weer even uit de brand.