Apporteren. Sinds kort haalt Beau een handdoek, touw of ander object voor de baas. Als niet-retriever leerde hij dit spelletje na weken dagelijks 10 minuten oefenen, in twee etappes. Na een ´pak´ commando, leerde hij het ´geef´ commando met als beloning een koekje.
Geef! Beau brengt object en legt het van bek in hand.
Gras eten. In tuinen, langs slootkanten en in weilanden, zoekt en eet Beau het liefst jonge en lange grassprieten.
Graven. Met twee voorpoten tegelijk een koele ligkuil graven met ophoging aan de kopse kant voor hoofdsteun.
Katten of konijnen achterna gaan. Op de parkeerplaats zijn katten, op de tuin zijn konijnen. Ongelijnd rent Beau als een speer achter ze aan.
Pak! Op dit commando neemt Beau een object in zijn bek om meteen weer los te laten voor een koekje.
Pak me dan. Beau pakt bot in bek, kijkt achterom naar baas, loopt weg en maakt schijn- en afweerbewegingen.
Pootje baden. In zee, meertje, vijver, sloot of modderpoel.
Prooi schudden. Een handdoek van de grond in bek pakken en met krachtige hoofdbewegingen door elkaar schudden.
Rennen. Beau is goed in korte sprintjes en houdt zelfs hazewinden korte tijd bij.
Schipper mag ik overvaren. Achter de baas haar rug onhoorbaar steeds dichterbij komen liggen, vooral richting keuken.
Snuffelen. Vooral aan bomen en struiken, overal en altijd.
Speuren. Elke zondagochtend om 8.30 uur krijgen baas en Beau speurles. Baas trekt spoor in het gras en loopt vervolgens met een aangelijnde Beau voorop erlangs. Beau moet zijn neus aan de grond houden. Baas stuurt zonodig bij met wijzen, en legt lekkere beloningen langs de route.
Springen. Beau springt als een hinde over boomstammen en takken. Of zonodig over de heg van de tuin.
Trekken. Baas en Beau trekken ieder aan de uiteinden van een handdoek of touw.
Zoek! Baasje legt iets lekkers neer en Beau zit en wacht op het commando. Hij zoekt ook personen (met lekkers in de hand).